Op bedrijventerrein De Soestdijkse Grachten in Soest is begin dit jaar de eerste energiehub van de gemeente gestart. Geen theoretisch plan, maar een concreet traject waarin vier ondernemers binnen één netring samen zoeken naar ruimte op een vol elektriciteitsnet. De energiehub is dit moment aan het ontstaan. Omdat er nog geen groepstransportovereenkomst is getekend, is deze nog niet draaiende.
In deze eerste editie gaan we met Bas de Haas en Wilko van Dorresteijn in gesprek. Over netcongestie, langetermijndenken en waarom samenwerken op energiegebied inmiddels cruciaal is voor continuïteit van het bedrijventerrein.
Ontmoet de aanjager & ondernemer
Bas de Haas
Bas startte in 2019 met parkmanagement op de bedrijventerreinen in Soest en Soesterberg. Vanuit BMO Soest werkt hij in opdracht van de stichting bedrijventerrein Soestdijkse Grachten en de coöperatie in Soesterberg. Daarnaast ondersteunt hij de gemeente bij verduurzaming van bedrijfsgebouwen.
Wat begon met energiescans, groeide na 2022 – toen netcongestie werd afgekondigd – uit tot een intensief traject rondom energiezekerheid.
“Geen continuïteit zonder elektriciteit. Dat riep ik jaren geleden al. Elektrificeren is niet meer te stoppen.”
Bas beweegt zich dagelijks per fiets over het terrein. Hij kent de ondernemers, weet wat er speelt en zoekt steeds de verbinding.


Wilko van Dorresteijn
Wilko is samen met zijn broer Raymond mede-eigenaar van H.G. van Dorresteijn BV, een familiebedrijf dat in 1930 werd opgericht. Het bedrijf is gespecialiseerd in grondwerk, groenvoorziening en recycling van grond- en groenstromen. Op de locatie op Soestdijkse Grachten – precies 30 jaar gevestigd – werken 18 medewerkers met een modern machinepark.
Het bedrijf verwerkt onder meer groenafval tot biomassa, die wordt ingezet voor duurzame warmte.
Wilko denkt vooruit. In 2019 legde hij al 620 zonnepanelen op het dak.
“Ik probeer elk jaar financiële middelen uit te geven aan verduurzaming. Als je alles in één keer moet doen, is het niet te overzien.”
Hij investeert stapsgewijs: LED-verlichting, voorbereidende bekabeling voor toekomstige elektrische machines, moderne en schonere installaties.
Een terrein van pioniers
Bas is sinds 2019 parkmanager, werkt aan duurzaamheid voor gemeente Soest en is aanjager sinds september 2024 op het bedrijventerrein in Soest en Soesterberg, vanuit BMO Soest. “We zijn begonnen met parkmanagement en verduurzaming van bedrijfsgebouwen,” vertelt hij. “Na corona is de focus echt op de bedrijventerreinen komen te liggen. Hier zitten andere ondernemers dan in het winkelgebied. Praktischer, directer.”
Dat praktische karakter typeert ook het terrein zelf. Wilko van Dorresteijn is vierde generatie in een familiebedrijf dat sinds 1930 bestaat. Zijn bedrijf zit hier sinds de ontwikkeling van het terrein in 1996. “Dit was weiland. Mijn vader heeft hier gebouwd toen het bedrijventerrein werd ontwikkeld. Veel Soester bedrijven liepen toen tegen hun grenzen aan. Dit terrein bood ruimte voor de toekomst.” Die geschiedenis werkt nog steeds door. Veel bedrijven zijn lokaal geworteld, met medewerkers uit Soest zelf. “Misschien zorgt dat ervoor dat er hier een sterk gevoel is van: met elkaar moeten we het doen,” zegt Wilko.
Bas ziet dat ook. “Er is hier veel wederkerigheid. Bedrijven doen zaken met elkaar, je komt elkaar tegen bij de voetbalclub. Het is regionaal verweven.”
Van verduurzaming naar netcongestie
De samenwerking rond energie kreeg een andere urgentie in 2022, toen netcongestie werd afgekondigd.
“Tot dat moment waren we vooral bezig met energiescans en gebouwverduurzaming,” vertelt Bas. “Maar netcongestie slokte alle tijd en aandacht op.”
Er werd een ondernemersbijeenkomst georganiseerd in Soesterberg, met zo’n zestig ondernemers. “We hebben ze echt gestimuleerd om te komen. De opkomst was hoog. Dat zegt ook iets over hoe benaderbaar mensen hier zijn en hoe hoog de urgentie was van de net afgekondigde netcongestie.”
Tijdens die bijeenkomst werd duidelijk dat het probleem voor sommige bedrijven al concreet was. Ondernemers ontvingen brieven van netbeheerder Stedin over overschrijdingen. Tegelijkertijd nam de behoefte aan elektriciteit toe. Via inventarisaties en gesprekken werd duidelijk dat meerdere bedrijven tegen grenzen aanliepen.
“Zo’n brief is niet direct paniek. Maar ik zie wel wat er over vijf jaar gebeurt. Dan heb ik meer stroom nodig. Dat kan ik alleen oplossen, of samen. Ook in onze branche zie je dat elektrificatie eraan komt. Niet alleen vanuit wetgeving, maar ook vanuit leveranciers. In het lichte segment verkopen ze soms alleen nog elektrische machines.”
Voor Wilko is vooruitdenken vanzelfsprekend. “Ik probeer elk jaar te investeren in verduurzaming. Als je alles in één keer moet doen, is het niet te overzien.” Zo liet hij alvast kabels leggen voor toekomstige elektrische machines. “Dat kostte 20.000 euro. Die machine heb ik nog niet, maar als hij komt, ben ik voorbereid.”
――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――
Een energiecoöperatie als logische stap
Na inventarisatie op het terrein — letterlijk rondfietsen en bedrijven benaderen — werd duidelijk dat meerdere ondernemers met hetzelfde vraagstuk worstelden. Via vragenlijsten werd ook de toekomstige energiebehoefte in kaart gebracht.
Daaruit volgde het besluit om een energiecoöperatie op te richten. “Voor de muziek uit,” zegt Bas. “We hadden dertien ondernemers, met hulp van de gemeente kwamen er nog twee grote bij. Met die club hebben we een intentieverklaring getekend.”
Samen met Stedin werd gekeken hoe de bedrijven op het netwerk waren aangesloten. Het terrein bleek verdeeld over vijf ‘ringen’. “In de praktijk is het meer een spaghetti dan een mooie ring,” aldus Bas.
Er werd besloten te starten met ring 1: vier bedrijven met complementair verbruik. Twee gebruiken vooral overdag veel stroom, twee juist in de avond voor laadactiviteiten. “Daar kun je iets mee!” zegt Bas.
“Het hele proces is interessant. Wie laadt wanneer? Wat gebeurt er op een donkere dag? Je gaat het echt voor je zien.” Aldus Wilko.
Volgens Wilko is het collectief essentieel. “Ik kan achter mijn hek zelf zonnepanelen en batterijen plaatsen. Maar ik doe het liever samen. Met een aantal mensen die dezelfde problematiek hebben. Eerst kijken hoe we het collectief kunnen regelen.”
Bas noemt de businesscase helder: “In gezamenlijkheid zijn toekomstige energiebehoeften beter te regelen dan individueel. Als je de individuele en collectieve cases naast elkaar legt, inclusief subsidies dan is het mij betreft een no-brainer. Het verschil is echt aanzienlijk.”
Bottlenecks en lerende partijen
Het traject verloopt niet zonder uitdagingen. “Alle partijen zijn lerende,” zegt Bas. “Ook Stedin. Wie zit op dezelfde kabel? Daar zijn we weken mee bezig geweest.”
Het tempo vormt een risico. “Dat is het grootste afbreukrisico richting ondernemers. Het duurt lang. Ondernemers willen vooruit, netbeheerders opereren vanuit leverzekerheid. Dat zijn twee werelden.”
Toch ervaart Wilko ook steun. “De provincie Utrecht is welwillend. We lopen vooraan en krijgen veel hulp. Dat is een voordeel.”
Op 28 januari werd de start van de energiehub gevierd, samen met gemeente, provincie en netbeheerder. “Misschien een feestje voor de feiten uit,” zegt Bas. “Maar het geeft commitment.”
Toekomstbeeld: meer hubs, meer opslag
Hoe ziet het terrein er over vijf tot tien jaar uit? Wilko verwacht meer batterijopslag, meer zonnepanelen en andere mobiliteit. “Je ziet het overal. Leveranciers stappen over op batterijaangedreven machines. Dat gaat het straatbeeld veranderen.”
Bas is helder over de noodzaak: “Geen continuïteit zonder elektriciteit.” Netverzwaring laat volgens huidige planning mogelijk tot ver na 2035 op zich wachten. “Slimme oplossingen als energiehubs zijn noodzakelijk. Anders lopen we vast.”
Windenergie zou volgens hem in de wintermaanden goed passen bij het profiel van het terrein, maar stuit lokaal op weerstand. Wilko onderzocht eerder biogasproductie uit eigen reststromen, maar kreeg de businesscase niet rond. “Dan moet je eerlijk zijn. Toen hebben we maar zonnepanelen gelegd.”
――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――
Lessen voor andere bedrijventerreinen
Beiden benadrukken het belang van organisatie. Het terrein kent al dertig jaar een actieve stichting met circa 115 leden. “Als georganiseerde entiteit ben je een veel sterkere gesprekspartner voor de gemeente,” zegt Bas.
Wilko voegt toe dat persoonlijk contact cruciaal is. “Ga niet alleen mailen. Ga af en toe bij elkaar zitten. Misschien een hapje eten. Je hoeft geen vrienden te worden, maar elkaar kennen helpt als er spanningen komen.”
Voor ondernemers die nog afwachten, hebben ze een duidelijke boodschap.
Bas: “Organiseer je als terrein, gezamenlijk. Ga kijken bij andere aanjagers, ondernemers, terreinen, kijk waar het lukt en deel kennis met elkaar. Beter goed gejat dan slecht bedacht.”
Wilko: “Denk daarom eens goed na hoe jouw bedrijf er over vijf of tien jaar uitziet. Als je denkt dat elektriciteit geen probleem wordt, prima. Maar kijk vooruit. Als je straks een elektrische machine moet kopen en je hebt er nooit over nagedacht, dan ben je te laat.”
De energiehub in Soest is nog volop in ontwikkeling, maar één ding is duidelijk: stilzitten is geen optie. En misschien is dat wel de belangrijkste les van Soestdijkse Grachten: toekomstbestendig ondernemen doe je samen.
Benieuwd naar het verhaal achter de energiehub?
Op het Kennisplatform Energiehubs staat het uitgebreide verhaal achter deze e-hub.